Van achter een hek...
26 juni 2017

Van achter een hek...

Dan richt mijn blik zich op iemand anders en verlies ik de man uit het oog. Er buigt zich hijgend en puffend een jongen neer over een hek naast mij. Ik deins in een opwelling een stap naar links. Dan schaam ik mij voor mijn reactie en spreek ik hem aan. Zijn oogopslag verandert niet als ik voorzichtig met hem praat. ‘Kom maar achter het hek, zo loopt er niemand tegen je aan.’ Onhandig probeer ik het hek op te tillen en te verschuiven. In een huis achter mij komt een vrouw naar buiten gelopen met een glas water. Ze geeft het glas aan de jongen en wanneer hij gedronken heeft, loopt ze weer met het glas naar binnen. Daarop komt er een geschrokken echtpaar naar de jongen toe. De man ondersteunt zijn vrouw. ‘Je ziet zo bleek, kom je moet liggen!’ Liefelijk maar toch ook bezorgd en gebiedend, spreekt de oudere dame haar woorden uit. Gewillig en afwezig neemt de jongen de hulp van de omstanders aan. Ik tuur de straat af naar een hulpverlener. Voordat ik iemand kan benaderen, zie ik een meisje op straat liggen aan mijn linkerkant. Ook zij ziet bleek en lijkt niet meer in staat om verder te lopen. Gelukkig zijn er hulpverleners bij haar. ‘Hier is er nog één!’ roept dan de bewoonster van het huis, die zojuist een nieuw glas water is komen brengen. Ik til de hekken omhoog om de hulpverleners toegang te bieden. Wanneer de hulpverleners bij de jongen zijn, realiseer ik mij dat het niet langer nodig is dat ik blijf staan op deze krappe plek en loop ik een stukje verder langs het parcours om plaats te maken.

 

Het is zaterdagavond 10 juni. Een avond waar zovele sporters misschien al weken naar uit hebben gekeken. Vanavond wordt zowel de 4 mijl als de halve marathon gelopen door duizenden hardlopers van allerlei niveau. Mijn gedachten gaan terug naar een moment eerder op de avond.

Naar een trainer en zijn pupil. Van achter de hekken klinkt een oorverdovend geschreeuw en applaus wanneer ze vlak achter elkaar langs komen rennen. Ze dragen hetzelfde shirt, nemen dezelfde grote passen en hebben hetzelfde doel voor ogen. Hoe vaak zullen ze deze afstand al samen hebben gelopen? Een fietser voorop zorgt dat ze voldoende ruimte hebben om te passeren.

De jongen voorop houdt, naar ik meen goed te kunnen zien, een vinger achter zijn rug. Wat zou het betekenen? Het is de taal van een hardloper die ik als toeschouwer niet ken.

Nog maar enkele honderden meters hebben ze af te leggen wanneer ik ze uit mijn gezichtsveld zie verdwijnen. Iets in mij zegt dat dit geen strijd zal worden, daar waar nog twee podiumplaatsen te verdelen zijn. De uitdrukking die ik zojuist zag op het gezicht van de trainer was kalm en vastberaden.

In mijn gedachten houdt hij even voor de eindstreep zijn pas in waarna hij lachend naar zijn pupil kijkt en de woorden spreekt: ‘Ga maar, ik kom je achterna.’

 Te midden van een grote groep enthousiaste toeschouwers, kom ik aan bij de finish waar ook de prijsuitreiking plaatsvindt en de pupil juist het tweede podium betreedt. Met een brede glimlach neemt hij zijn prijs in ontvangst. Ik lach eveneens en kijk dan met bewondering naar zijn trotse trainer die het laagste podium reeds heeft beklommen. Het laagste podium met de hoogst denkbeeldige trede, daar hij zijn plaats eervol heeft afgestaan.

Deze prestatie is zoveel meer dan het behalen van een podiumplek. Het getuigt van een bepaalde hartsgesteldheid. Een hart dat een ander het betere toebedeelt in een wereld waar men zo dikwijls het eigenbelang vooropstelt.

Daar waar de duizenden streden om misschien ook wel een podiumplek, een nieuw persoonlijk record of een eerste overwinning voor zichzelf, is er vanavond geen grotere verdienste te behalen.

 

Mariska Middel.

Terug